Nederland worstelde al in de negentiende eeuw met digitale afhankelijkheid
In zijn onderzoek beschrijft Borm hoe Nederland destijds afhankelijk werd van internationale zeekabels en buitenlandse grootmachten, vergelijkbaar met de huidige afhankelijkheid van mondiale technologiebedrijven en digitale infrastructuren. Het wereldwijde telegraafnetwerk functioneerde feitelijk als het internet van de negentiende eeuw. Vooral de geopolitieke rivaliteit tussen het Verenigd Koninkrijk en het Duitse Keizerrijk maakte duidelijk hoe kwetsbaar communicatienetwerken konden zijn voor politieke druk, censuur en economische machtsstrijd. Nederland probeerde zijn neutraliteit en soevereiniteit te beschermen via multilaterale samenwerking, nationale infrastructuur en eigen zeekabels. Volgens Borm speelde de overheid daarin een actieve rol: onder leiding van Johan Rudolph Thorbecke werd de Rijkstelegraaf opgezet als publieke voorziening die gelijke toegang tot communicatie moest garanderen.
De historische lessen zijn volgens Borm nog altijd actueel. Technologie is te belangrijk geworden om volledig aan de markt over te laten en vraagt om politieke keuzes over publieke belangen, digitale autonomie en strategische infrastructuur. Hij wijst onder meer op de kwetsbaarheid van zeekabels en digitale netwerken bij geopolitieke conflicten. Volledige technologische onafhankelijkheid is volgens hem onmogelijk, maar Europa kan wel bewust kiezen welke strategische technologieën het zelf wil controleren. Juist binnen de Europese Unie ziet hij kansen om een nieuwe vorm van digitale soevereiniteit gezamenlijk te organiseren.
Dit is een samenvatting van het volledige artikel op Binnenlands Bestuur