Opvallend: cyberveiligheid als expliciete ESG-factor
De jaarlijkse analyse van 150 landen laat zien dat de Scandinavische landen hun leidende positie op ESG-gebied behouden, met Denemarken, Finland, Noorwegen en Zweden opnieuw bovenaan de ranglijst. Tegelijkertijd worden de verschillen tussen landen groter. Opkomende markten als Singapore, Saoedi-Arabië en Papoea-Nieuw-Guinea boekten opvallende vooruitgang, terwijl landen als Qatar, Turkije en Hongkong terrein verloren. Het rapport benadrukt dat duurzaamheid niet alleen wordt bepaald door klimaat- en milieuprestaties, maar steeds vaker door de kwaliteit van instituties, politieke stabiliteit en het vermogen om maatschappelijke uitdagingen effectief aan te pakken. De casestudies van Hongarije en Peru illustreren hoe veranderingen in bestuur en politieke stabiliteit directe gevolgen hebben voor de ESG-score en daarmee voor het investeringsklimaat van landen.
Een opvallende nieuwe ontwikkeling is de opname van cyberveiligheid als expliciete ESG-factor. Volgens Robeco vormen cyberaanvallen inmiddels een materieel risico voor economieën, overheidsdiensten en financiële stabiliteit. Landen met sterke digitale weerbaarheid beschikken doorgaans over robuuste wetgeving, gespecialiseerde cybersecurity-organisaties en effectieve internationale samenwerking. Zwakke cyberbeveiliging vergroot daarentegen niet alleen operationele risico’s, maar kan ook leiden tot economische schade, maatschappelijke ontwrichting en verlies van vertrouwen in publieke instellingen. Daarmee verschuift ESG steeds verder van een puur duurzaamheidsconcept naar een bredere maatstaf voor de weerbaarheid en toekomstbestendigheid van landen.
Dit is een samenvatting van het volledige rapport van Robeco.